Commentaal

Gepubliceerd op 14 januari 2019 om 11:37

De taal van macht, mogen en moeten

Het verkrijgen en verlenen van toestemming is vaak een heel gedoe tussen twee personen of partijen. Wie de toestemming heeft te verlenen, bevindt zich in een machtspositie  boven degene die erom verzoekt. Het verzoek werd vroeger dan ook ingekleed in uitingen van nederigheid, in vleierij en mooie woorden, om de machthebber gunstig te stemmen door zijn machtsgevoel te versterken. Toen mijn vader vroeger eens voor de zoveelste keer mijn enige zus iets niet wilde toestaan, bezorgde ik hem een indrukwekkende woedeaanval door op te merken: ‘Pap, je kunt je gezag ook laten gelden door een keer ja te zeggen.’ Pa voelde zich kennelijk in de kaart gekeken als opvoeder en machthebber. Het duurde enkele weken voor ik weer eens toestemming kreeg om zijn bromfiets te lenen.

Het lijkt erop dat er in de laatste tien, twintig jaar veel scheutiger wordt omgegaan met toestemmingen. Toestemming wordt tegenwoordig veel vaker verleend dan vroeger.

Het is opvallend hoeveel dokters- of  tandartsassistenten, lokettisten en andere dienstverleners u verzoeken iets te doen met de formulering dat u zulks genadiglijk wordt toegestaan. ‘Dan mag u hier plaatsnemen/tekenen/u uitkleden’ etc. Het is u geraden ook om van de toestemming gebruik te maken, anders kunt u de hele behandeling of transactie wel vergeten. Ogenschijnlijk bent u natuurlijk zo vrij als een vogeltje. Echt, alles mag, zelfs protesteren. In de meeste gevallen laat u dat uit uw hoofd, want – om een voorbeeld te noemen –  u wordt vervuld van een warm gevoel van dankbaarheid jegens de tandartsenij in het algemeen en uw vakman in het bijzonder als u toestemming verkrijgt om even te spoelen. Diep erkentelijk is ook de klant bij de kassa wanneer kassière Jolanda (16) hem goedgunstig veroorlooft om zijn pinpas te hanteren.

In vroegere tijden kreeg een klant een verzoek om een bepaalde handeling te verrichten of werd hem te kennen gegeven dat de mogelijkheid daartoe bestond, maar tegenwoordig heeft de Nederlandse dienstverlening zich klaarblijkelijk boven de klant verheven. Daar mag ik soms graag een onschuldige of schertsende opmerking over maken tegenover ambtenaar of verkoper, of ik dank hem uitbundig voor de verleende toestemming, maar aan zijn blik te zien mag ik – als het aan hem ligt –  in het vervolg geen gebruik meer maken van zijn diensten.

 Nee, dan die verkoper in het call center. Die mag u, van wie weet niemand, een fikse korting aanbieden. Wanneer u verder doorvraagt (altijd leuk bij een ongevraagd telefoontje, zolang u maar de onnozele weifelaar speelt), blijkt dat ook hier geen sprake kan zijn van mogen, maar van heilig moeten.

 

Diezelfde dienstverlening die ruimhartig toestaat om tegen betaling van diensten gebruik te maken, is tevens zo dienstvaardig om van tevoren een oordeel te vellen over ons gedrag. Het is me bijvoorbeeld redelijk vaak overkomen dat een serveerder het opnemen van de bestelling afsloot met een tevreden: ‘Helemaal goed’. Nog niet zo heel lang geleden bezocht ik met mijn wielrijdersclubje een zonnig terrasje voor pauze en ravitaillering. Enigszins afwezig noteerde de ober een variëteit aan wensen als koffie, cappuccino, espresso, appeltaart met en zonder slagroom.  Vervolgens verleende hij zijn goedkeuring aan de volgens hem vlekkeloze bestelling. Toen die bestelling op tafel verscheen, bleek er van alles aan te mankeren. Verwarring alom, maar de fout werd binnen tien minuten hersteld en dat maakte onze dag natuurlijk weer helemaal goed. ‘Geniet ervan’, beval hij, toen alles goed en wel op tafel stond. Gehoorzaam als wij zijn en dankbaar om het gulle bevel, genoten wij die dag met volle teugen.

Het kan gelukkig ook anders, heb ik gemerkt. Nadat Jolanda (16) in de supermarkt een hele reeks artikelen had gescand, sprak zij de woorden: ‘Dat wordt dan dertig euro.’ Met andere woorden: ‘Wanneer u inderdaad besluit tot de aankoop van hetgeen ik zo-even over de scanner heb gehaald, dan bent u dertig euro kwijt.’ Kennelijk mocht ik er nog even over nadenken. Van die mogelijkheid heb ik – nieuwsgierig als ik ben – inderdaad één keer daadwerkelijk gebruik gemaakt, met als gevolg dat ik meewarig werd aangestaard alsof ik een opvallende inwoner van de gemeente Alzheim was.

Maar het fraaiste, maar helaas ook vervelendste voorbeeld van onberekenbare machtssituaties en ontspoorde plichtplegingen hoorde ik onlangs uit de mond van een draconische verkeersagent: ‘U mag uw auto even aan de kant zetten’, even later gevolgd door: ‘Tja, ik moet u toch een bekeuring geven.’

 

 

 

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.