Hyacinthus' Denktank en Filosofiecanon

1. Thales van Milete

De eerste dwarse doordenker die we kennen, was Thales van Milete. Hij vond dat conclusies over het bestaande alleen gebaseerd mogen worden op het bestaande zelf. Niet zo vanzelfsprekend in een tijd dat veel oorzaken nog aan de godenwereld werden toegeschreven. Thales maakte de filosofie los van de Olympus.

De basis, de oerstof van alle dingen was volgens hem: water. In onze ogen lijkt dat een beetje dom, maar de redenering die erachter schuilt is dat geenszins. Als alles verandert, moet er ook iets zijn dat verandert, en dat toch ook weer niet verandert: het wezen of de achtergrond, als het maar iets is.  Dus of dat nou bestaat uit pindakaas, atomen of H2O, dat maakt niet zo veel uit.

Thales was echt niet op zijn achterhoofd gevallen (wel een keer in een put toen hij al wandelend de sterren bestudeerde). Hij vond een manier uit om de hoogte van de piramiden te bepalen: meet de schaduw ervan op het moment dat je eigen schaduw even lang is als jij zelf. Toen hij een rijke olijfoogst verwachtte, huurde hij alle olijfpersen die hij maar kon krijgen en verhuurde ze daarna door voor woekerprijzen. Deze vorm van afpersing leverde hem kapitalen op. Conclusie: ook filosofen kunnen rijk worden, als ze maar uitgekookt genoeg zijn.


Citaten van Thales van Milete:

Opvattingen moeten onderbouwd worden met argumenten.
Alles heeft zijn oorspong in water en komt daarin terug.
Alles is één pot nat.
Water bij de wijn doen heeft geen zin.

 

 

  1. Pythagoras (en een onbekende leerling)

Wie was nou de tweede doordachte dwarsdenker uit de geschiedenis, Pythagoras, of een onbekende leerling van hem? Pythagoras was een stokoude Griek die bekend is geworden door zijn obsessie voor getallen. Volgens hem zijn alle dingen getallen. Alle dingen zijn prijskaartjes. Die denkbeeldige prijskaartjes drukken geen prijzen of hoeveelheden uit, maar verhoudingen. Bovendien zijn dat mooie verhoudingen, harmonieën genaamd, liefst uitdrukbaar in hele getallen.

 En toen ging het even mis. De grote baas had net bedacht dat bij een rechthoekige driehoek de som van de kwadraten der beide korte zijden altijd het kwadraat is van de langste zijde. De stelling van Pythagoras was geboren. Alle volgelingen, die een soort vegetarische sekte vormden, vierden feest, totdat een leerling ontdekte dat bij een gelijkzijdige, rechthoekige driehoek het niet mogelijk was om de verhouding tussen de lengte van een korte en van de lange zijde in getallen uit te drukken. Hij wist dit zelfs te bewijzen. Weg harmonie. Toen hij ook nog trachtte zijn bevindingen wereldkundig te maken, werd hij - zo wil het verhaal - door zijn fundamentalistische sektegenoten vermoord.

 Hij is de eerste martelaar onder de filosofen, aangezien hij vastberaden tegen de heersende opvattingen inging. En natuurlijk is hij een grotere doordenker dan zijn baas. Die baas geloofde overigens in zielsverhuizing. Tegenwoordig huist zijn ziel in een schaap te Beetsterzwaag en is niet bereikbaar voor commentaar.

 

Enkele citaten van Pythagoras:

  • Wees liever de minste onder de arenden dan de eerste onder de raven.
  • Een vat geleerdheid is geen druppel wijsheid waard.
  • Pas op voor onbekende leerlingen.

 

 

  1. Heraclitus

Heraclitus was een oorlogszuchtig heerschap. Hij vond dat in de strijd tegendelen tegenwerken om samen een beweging te scheppen die harmonie is. Wat dat betreft was hij een voorloper van lieden als Darwin met zijn struggle for life en Hegel met zijn these, synthese en antithese. Ook onze democratie met haar coalitie en oppositie en onze rechtspraak met de strijd tussen aanklager en verdediger kun je zien als afschaduwing van Heraclitus’ ideeën.

 

Het meest bekend is de Griek Heraclitus door zijn theorie, dat je niet twee maal in dezelfde rivier kunt stappen. Er zal immers steeds ander water stromen. πάντα ῥεῖ, weet u nog? Later bedacht iemand dat het evenmin mogelijk is om in zeven sloten tegelijk te lopen. Dat dit inderdaad juist is, hebben ingenieurs van Rijkswaterstaat onlangs bewezen. In ieder geval bedoelde Heraclitus dat alles in beweging is. ‘Niets is, alles wordt’, papegaaide Plato later. Aan doordenker Heraclitus de eer om als eerste op te merken dat veranderingen soms met enig geweld gepaard gaan. Waar gehakt wordt, is het gehaktdag. Overigens was meneer wel een mensenhater en had hij graag zijn lidmaatschap van het mensdom opgezegd.

 

Citaten van Heraclitus:

  • Oorlog is de vader van allen en koning van allen; sommigen laat hij goden zijn, anderen mensen; sommigen maakt hij tot slaven, anderen vrij.
  • Ziekte maakt gezondheid aangenaam en goed; hetzelfde geldt voor honger en bevrediging en voor vermoeidheid en rust.

*   Men kan niet twee maal dezelfde open deur intrappen.

 

 

  1. Democritus

Deze heer kennen we als de eerste atoomgeleerde. Volgens hem bestaat het zijnde uit een oneindig aantal ondeelbare deeltjes die eeuwig en onveranderlijk zijn en allemaal sprekend op elkaar lijken. Deze bouwsteentjes komen voor in verschillende samenstellingen en ligging en dat verklaart waarom niet alles hetzelfde is. Ze zijn ondeelbaar, niet te splijten, te splitsen of uit elkaar te peuteren.

 Behalve atoomtheoreticus was Democritus ook wiskundige, aardrijkskundige en astronoom. Doordenker is hij aangezien hij als een van de eersten (met Parmenides en Zeno) de twee bronnen van kennis tegenover elkaar zette: onze zintuigen en ons denkvermogen. Daarmee startte hij een discussie die de filosofie al eeuwenlang bezighoudt: rationalisme tegenover empirisme. Democritus beweerde dat de rede betrouwbaarder is dan onze zintuigen. Dat moet noodzakelijkerwijs een spontaan hij hem opgekomen gedachte zijn geweest.

Het bestaan van atomen kon destijds natuurlijk alleen bedacht en niet zintuiglijk vastgesteld worden, evenmin als het niet zijnde, de leegte, het niets.

Ook het niets bestaat volgens Democritus: lege worsten zonder velletje, instant water, of de toestand van het zijnde voor de Big Bang. Van dat laatste had meneer nooit gehoord, maar hij zou zijn oren toch niet geloofd hebben als dat wel was gebeurd.

 

Citaten van Democritus:

  • Schijnbaar is zoetheid, schijnbaar is bitterheid, schijnbaar het warme, schijnbaar het koude, schijnbaar de kleur; eeuwig alleen zijn de atomen en de leegte.
  • De mens heeft een afgod gemaakt van het lot als een excuus voor zijn eigen onnadenkendheid.
  • Je zintuigen wel of niet geloven, doe je met je denkvermogen, andersom is onmogelijk.

 

 

  1. Socrates

 Socrates is de geschiedenis ingegaan als een held, een rolmodel. Toch zullen velen van zijn tijdgenoten hem eerder gezien hebben als een pedante bemoeial. Hij was in staat om zijn gesprekspartner in een spitsvondige dialoog totaal klem te zetten, door hem tendentieuze vragen te stellen waarvan de antwoorden onontkoombaar leidden naar één bepaalde conclusie, die van Socrates. Dit debaterskunstje noemde hij μαιευτικη τεχνη (maieutikè technè), de vroedvrouwtechniek, maar het betekende voor het slachtoffer een zware bevalling van een ongewenst kind.

 Toch bedoelde Socrates het goed. Hij wilde zijn slachtoffers inductief laten denken en ze zelfkennis en een kritische houding aankweken om tot een algemeen geldende waarheid te komen. Hij was van de Keuringsdienst van Denkwaren de belangrijkste inspecteur. Zelf zei hij niets te weten. Maar te weten dat hij niets wist was meer dan wat de anderen wisten. Hij zou een goede onderwijskundige zijn geweest. Helaas werd hij ter dood veroordeeld, omdat hij de jeugd zou bederven met zijn kritische vragen. Hij had de gifbeker nog aan zich voorbij kunnen laten gaan, maar geen haar op zijn hoofd die daaraan dacht. Ach, wist hij veel...

 

Citaten van Socrates:

  • Ik kan niemand iets leren, ik kan iemand alleen laten nadenken.
  • Laat degene die de wereld in beweging wil zetten, eerst zelf in actie komen.
  • Ga vooral trouwen. Als u een goede vrouw treft, zult u gelukkig zijn. Als u een slechte vrouw treft, zult u filosoof worden....en dat is nooit weg
  • Ik heb altijd gelijk. Daar kun je gif op innemen.

 

 

  1. Plato

Plato toonde zich al jong een doordenker: door zijn afkomst voorbestemd voor de politiek, bedankte al spoedig hij voor de eer en werd dichter. Na zijn kennismaking met Socrates gaf hij het dichterschap eraan en werd diens leerling. Toen zijn meester was gestorven, reisde Plato van hot naar haar. Op Sicilië kreeg hij een baantje aangeboden als politiek adviseur van de dictator Dionysius. Die korte carrière eindigde op de slavenmarkt, waar hij door een bewonderaar werd vrijgekocht, voor 20 mina, volgens kenners een koopje. Terug in Athene stichtte Plato de Academie: een school voor filosofen. Het lag in een lusthof waar in lommerrijke lanen de wijsgeren onbekommerd konden ijsberen. Plato is er later ook begraven.

 Volgens Plato is de werkelijkheid een valse afspiegeling van een diepere, mooiere werkelijkheid die wij niet kennen omdat wij in het duister tasten. Een mooie vrouw (of man) is een schijngestalte van de Idee schoonheid. Wanneer we voor die persoon oprechte liefde voelen, ervaren we een glimp van de wezenlijke liefde. Gaan we over tot het banale bedrijven ervan, dan verwijderen wij ons van de ideale idee van de liefde. Ach… ook niet zo’n ramp, toch?

 

Citaten van Plato:

  • Een goed rechter moet niet te jong zijn; hij kan beter wat op leeftijd zijn en ervaring hebben met onrecht.
  • Aangeraakt door de liefde wordt iedereen een dichter.
  • De wijze spreekt omdat hij iets te zeggen heeft, de domme spreekt alleen om iets te zeggen te hebben.

 

 

  1. Aristoteles

Filosofie, psychologie, politieke en sociale wetenschappen, wiskunde en natuurwetenschappen, taal- en letterkunde, theater… Aristoteles was van alle markten thuis. Al die wetenschappen bewaarde hij systematisch in een gesloten systeem, zodat hij alles snel terug kon vinden. Niet bepaald een doordenker, zou je zeggen, maar Aristoteles ontwikkelde tevens een systeem om al die vormen van kennis in zijn kast te vergroten door slimme combinaties te maken. Die maakten het mogelijk om met twee gegevens een nieuw, derde gegeven te doen ontstaan. Zoiets heet logica.

Een voorbeeld van de goede man zelf:

 

Iedereen die dood is, was sterfelijk.

Socrates is dood.

Socrates was sterfelijk.

 

Aristoteles beleed het zogenaamde eudaemonisme, de overtuiging dat het leven moet leiden tot gelukzaligheid. Die is te bereiken in slechts drie stappen:

  • de studie van de filosofie,
  • verstandig, dat is moreel goed handelen,
  • genot

Onnodig te zeggen dat haastige lieden niet met de derde stap mogen beginnen.

 

 Citaten van Aristoteles:

  • Wat is een mens? Een monument van zwakheid, een prooi van het moment, een speling van het lot, en verder slijm en gal.
  • De opvoeding heeft bittere wortels, maar haar vruchten zijn zoet.
  • Humor is gecultiveerde onbeschaamdheid.
  • Sommige denkers denken voorbij het denkbare

            Alle logica is denkbaar

             Sommige denkers denken voorbij alle logica.

 

 

  1. Seneca

 Wanneer een filosoof zich met politiek of de overheid gaat bemoeien, loopt het slecht met hem af. Denk maar aan Socrates. Bij de Romeinen zijn veel meer voorbeelden te vinden: Cato de Jongere, Cicero, Seneca. Deze waren echter naast wijsgeer ook advocaat of redenaar. Wat ze eveneens met elkaar gemeen hadden, was het Stoïcisme. Volgens deze stroming ligt de weg naar geluk voor ons open, tenminste als we aannemen dat 1. alles van tevoren reeds bepaald is, maar 2. wij zelf mogen kiezen, hoe we daarop reageren. Leef dus verstandig en moreel en laat je niet meeslepen door gevoelens; dan komt het allemaal wel goed.

 

Met Seneca kwam het niet goed. Hij kreeg van Nero de opdracht om de hand aan zichzelf te slaan. Als stoïcijn vond hij kennelijk dat dit bevel door het lot onverbiddelijk bepaald was en als ultieme doordenker hechtte hij zich niet zo krampachtig aan het leven.

Exit Seneca (65 na Christus).

 

Citaten van Seneca:

  • Arm is niet hij die niet veel bezit, maar hij die veel niet bezit.
  • De beste manier om iets te leren is er les in te geven.
  • Gouden teugels geven een paard geen vleugels.
  • Niet voor het leven, maar voor de school*.

 

Ja, u leest het goed: ‘Non vitae sed scholae discimus’. Het tegenovergestelde van wat onze schoolmeesters ons steeds voorhielden. Seneca bedoelde het als verwijt. Hij had bezwaren tegen nutteloze kennis en scherpzinnige bedenksels, waarmee je wellicht je gelijk kan bepleiten, maar niet je geluk in het leven. Hij zou de schoolmeesters ook gelijk hebben gegeven, maar ze moeten hem niet verkeerd citeren.

 

 

  1. Epicurus

Als filosoof ontmoet je al snel onbegrip, maar nooit zo veel als Epicurus. Na zijn dood werd hij verguisd als overtuigd bon vivant, hedonist en onverschillige genotzoeker. Allemaal leugens. Vooral de latere christenen hebben de man in een kwaad daglicht weten te stellen, de vrome jokkebrokken. De man leefde gewoonlijk op water en brood en nuttigde op feestdagen een stukje kaas. Bovendien werd hij zijn leven lang geteisterd door nierstenen. Genot was voor hem de afwezigheid van pijn en het voldoen aan natuurlijke behoeften als eten en drinken. Behalve het streven hiernaar propageerde hij de ataraxia, de onverstoorbaarheid. ‘Laat je niet kisten’, was zijn lijfspreuk.

Evenals Democritus geloofde hij niet in aangeboren ideeën, maar vertrouwde hij alleen op zintuiglijke waarneming. Geloven deed hijenkel  in het bestaan van atomen. Het universum is volgens hem een toevallig samenstel van atomen. Na de dood vallen die van ons lichaam en onze ziel weer uiteen. Er is geen leven na de dood, zodat die ons ook geen vrees kan inboezemen. Een hele opluchting.

 

Citaten van Epicurus:

  • Van al hetgeen de wijsheid verschaft met het oog op levenslang durend geluk, is het bezit van vriendschap verreweg het belangrijkst.
  • Bederf niet hetgeen je hebt door te verlangen naar wat je niet hebt.
  • Terwijl wij de gelukzalige en tevens laatste dag van ons leven doorbrachten, hebben wij dit geschreven. De pijnen in blaas en darmen waren onafgebroken en konden in hevigheid niet meer toenemen. Maar de innerlijke zielsvreugde bij de herinnering aan de door ons gevoerde gesprekken weegt daar tegenop. Jou verzoek ik om zorg te dragen voor de kinderen van Metrodorus, en je verder waardig te betonen aan de toewijding aan mij en aan de filosofie, zoals je die van jongs af aan hebt laten zien.

Hier valt niets meer aan toe te voegen.

 

 

  1. Thomas van Aquino

Thomas van Aquino wordt vaak in één adem genoemd met de middeleeuwse wijsbegeerte en – specifieker – de scholastiek. De scholastiek wilde God vinden door middel van de wetenschap. Thomas bijvoorbeeld bedacht vijf manieren om wetenschappelijk te bewijzen dat God bestaat. Dat was eigenlijk ten overvloede want de scholasticus stelde enerzijds dat het logisch denken van de oudheid niet in strijd was met de inhoud van de bijbel, maar betoogde anderzijds dat de bijbel het laatste woord (Gods woord) had. Toch waren geestelijken als Thomas van Aquino, Abelardus en Bonaventura (die allen doceerden aan de universiteit van Parijs) geen kleine jongens op wetenschappelijk gebied. De scholastiek legde de basis voor het denken in later eeuwen.

 Een voorbeeld van Thomas’ kijk op de kosmos: met de aarde als middelpunt cirkelen zeven planeten in zeven zogenaamde sferen, waaromheen zich drie hemelen bevinden. Klinkt vreemd in onze oren maar is een mooi voorbeeld van de kruising tussen wetenschap en godsdienst.

 

Voorbeelden zijn Van Aquino’s godsbewijzen.

De eerste: alles verandert; er moet een oorzaak zijn voor al die veranderingen; de eerste oorzaak is God.

De derde: iets kan niet uit niets voorkomen; er moet dus iets zijn dat altijd al bestaan heeft. (heet dit thans niet ‘Ietsisme’?)

De vijfde: alles streeft naar een doel of verwezenlijking; dat doel moet ooit door iets of iemand vastgesteld zijn; God wellicht?

 Het doordenken van de scholastici ligt hierin, dat ze andersdenkenden trachtten te overtuigen met rationele argumenten. Minder geleerde geestelijken beperkten zich tot pijnbank of brandstapel.

 

Citaat van Thomas van Aquino:

Quod ab omnibus communiter dicitur, impossibile est totaliter falsum.

 (Wat in het algemeen door iedereen gezegd wordt, kan onmogelijk helemaal onwaar zijn, [zelfs dit hier? red.]

 

 

  1. Erasmus

Geert Geertsz was de onwettige zoon van een uitgetreden priester, droeg lang de schande van zijn defectus natalis maar studeerde vrolijk verder op Latijnse scholen en werd zelf ook kloosterling. Na zijn priesterwijding studeerde hij in Parijs en Londen. Zijn bekendste wapenfeiten zijn strijdschriften tegen Maarten Luther en zijn boek Lof der Zotheid. Beide zijn vormen van dwarsdenken. Immers, ingaan tegen aan kerkdeuren vastgespijkerde stellingen getuigt van durf en oorspronkelijkheid en het prijzen van de dwaasheid eveneens. Hij was zeer bereisd en belezen en men zegt dat hij zijn Lof schreef op de terugweg van een bezoek aan Italië.

 

Maar waarom wilde hij nou de gekkigheid van de mens de hemel in prijzen? Omdat wij mensen daar alles aan te danken hebben, zelfs ons leven. Hier volgt een gewaagd bewijs: ‘Het hoofd, het gelaat, het hart, de handen, de oren zijn alle uiterst verheven delen van het lichaam, echter geen ervan is in staat om een man of een vrouw voort te brengen. Alleen een lichaamsdeel met een belachelijk uiterlijk kan dat wel en toevallig is het onmogelijk dat te vermelden zonder in lachen uit te barsten.’

Aldus sprak Desiderius Erasmus. En behalve de seks danken wij aan de zotheid: het tafelen, de roem, de jeugd, de ijdelheid, het circus, het bijgeloof, het kansspel en zelfs de godsdienst. Lees het boek maar.

 

Citaten van Desiderius Erasmus:

  • Aangenaam is de oorlog voor wie hem niet kent.
  • De Heilige Geest is nedergedaald in de gedaante van een duif, niet als een adelaar of een havik.
  • Ik ga voor niemand opzij.
  • Toen wij uit Rotterdam vertrokken…

 

 

  1. Michel de Montaigne

Michel de Montaigne studeerde rechten, bereisde Europa en vestigde zich tenslotte voorgoed op zijn kasteel om te proberen een boek te schrijven. Het resultaat van zijn pogingen noemde hij Essais oftewel Pogingen of Probeersels. Hoofdpersoon in zijn boek was hij zelf en het thema zijn gepieker over het menszijn. Zijn lijfspeuk (slogan, soundbite, oneliner of favoriete tweet) was ‘ Que sais-je?’, ‘Wat weet ik er nou van?’

Het boek werd zijn levenswerk: hij werkte er zijn hele leven aan. Na zijn dood schreef zijn weduwe alles over in het net en ontrukte het zo aan de vergetelheid. Dat had de overledene vast niet voorzien, aangezien hij in zijn boek beweerde, dat de enige wetenschap die de vrouw paste, de huishoudwetenschap was.

Montaigne schreef over bijna alles wat een omgevallen boekenkast maar bevatten kan. Het nieuwe van zijn filosofie is het feit dat hij zichzelf steeds als studieobject gebruikte. ‘Kijk naar je eigen’ had zijn leefspreuk kunnen luiden. Behalve wijsgeer kan hij ook gezien worden als een psycholoog avant la lettre.

 

Citaten van Michel de Montaigne:

  • Wij zijn nooit onszelf nabij maar altijd een stukje verderop. De angst, het verlangen en de hoop werpen ons naar de toekomst en ontnemen ons het bewustzijn van het heden. Uiteindelijk stellen we belang in wat gaat komen, en dus in de tijd dat we er niet meer zullen zijn.
  • Een vleugje wind, het krassen van een groep raven, de misstap van een paard, het toevallige voorbijvliegen van een adelaar, een droom, een teken, een stem in het donker, een beijzelde morgen zijn voldoende om een mens te ontwrichten en hem te breken.
  • Genoeg over mijzelf gepraat. Wat vind je van mijn Essais?

 

 

  1. Giordano Bruno

Het wordt weer eens tijd voor een wijsgeer die zijn dwarse denken met de dood moest bekopen.

Als privé-persoon was meneer een rotzak, een foute man op wie bijgevolg veel vrouwen vielen, naar eigen zeggen meer dan duizend. Hij was bedreven in de toen nog bestaande mnemotechniek, de kunst van het onthouden, en een geweldige redenaar (vonden vooral die vele vrouwen). Verder was hij dominicaner monnik en zeer geleerd. Hij reisde veel door Europa, schreef veel boeken, onder andere eentje over de theorieën van Copernicus.

Hij durfde te doen waar Galilei voor terugdeinsde: te zeggen dat de aarde om de zon draaide. Ook over het geloof had hij eigenzinnige, dus ketterse, ideeën. Kortom: hij was ten dode opgeschreven.

Op 17 februari 1600 werd hij in Rome, op het gezellige Campo de’ Fiori, verbrand.

Bijna driehonderd jaar later werd onder luid protest van de paus op die plek een standbeeld van hem onthuld. De terrasjes en marktkraampjes zijn van later datum.

 

Citaten van Giordano Bruno:

  • Se non è vero, è molto ben trovato. (Als het niet waar is, is het heel goed bedacht)
  • De natuur is niets anders dan God die in alles aanwezig is.

 

En over Giordano Bruno zelf dichtte de 20e-eeuwse Romeinse dichter Trilussa:

 

            Men bakte hem op een houtvuur gaar,

            Omdat hij geloofde in vrije gedachten

            En al wat prelaten naar voren brachten,

            Bestreed met: “Is geen snars van waar!

 

 

  1. René Descartes

‘Ik denk, dus ik besta’, dacht Descartes. Logisch: wie niet bestaat, kan niet denken. Maar wie niet denkt, bestaat die dan ook niet? Denk daar maar eens over na, u heeft vijf seconden. Nadenken deed Descartes graag vaak, het liefst in bed. Dat leverde aardig wat op, want hij wordt thans beschouwd als de man die ons al denkend verloste van die eeuwige Aristoteles. Hij was de eerste die een eigen filosofisch systeem bedacht. Maar voor het zo ver was had hij al lanterfantend half Europa doorgereisd. In 1618 vinden we hem zelfs in het leger van Prins Maurits. Hij woonde in Leiden en te Amsterdam.

 Vanaf 1619 maakte hij serieus werk van het denken. Hij vertrouwde daarbij het meest op zijn rede en in het geheel niet op zijn zintuigen. Lijkt me niet zo handig in het verkeer. Enfin: Descartes bedacht voor ons de wiskundige notatie, de toepassing van de algebra op de meetkunde, de brekingswet van het licht, hij bedacht theorieën over de aantrekkingskracht van hemellichamen en het verschijnsel magnetisme. Veel wetenschappen waren zijn knollentuin en als vegetariër kweekte hij zijn eigen groente. Een wonderlijk en bewonderenswaardig man, zou je zo denken.

 

Citaten van Descartes:

  • Niets is zo eerlijk verdeeld als het gezond verstand: iedereen denkt er genoeg van te hebben.
  • Twijfel is het begin van alle wijsheid.
  • In geval van twijfel niet inhalen.

 

 

  1. Jean-Jacques Rousseau

 

De mens is van nature vrij, maar wordt in zijn vrijheid beperkt door onnatuurlijke machtsrelaties. Om die tegen te gaan, moeten de burgers zich verenigen en wat zij aan vrijheid hebben, inruilen voor de algemene wil. Dat moet in een ‘sociaal contract’ worden vastgelegd. De burger stelt zich dus in dienst van het algemeen belang.

Kom daar vandaag eens om. De ideeën van Jean-Jacques Rousseau heten thans waarschijnlijk ‘communisme’. Bij ons is het ieder voor zich (VVD) en God voor ons allen (CDA), maar de Franse revolutie zou zonder Rousseau's denkbeelden ondenkbaar zijn geweest.

Rousseau, een van de grootste geesten van de achttiende eeuw, staat bekend om zijn opera’s, zijn boeken over politiek en pedagogie en om het feit dat hij zelf van opvoeden geen kaas had gegeten. Vijf kinderen stonden hij en zijn vriendin onmiddellijk na de geboorte af aan een vondelingenhuis. Overigens deed men dat wel vaker in die tijd. Zijn laatste boek was het uiterst openhartige Confessions, dat na zijn dood uitkwam, mede bewerkt door onze eigen Belle van Zuylen. Als heraut van de revolutie werd hij in 1794 bijgezet in het Panthéon.

 

Citaten van Rousseau:

  • Het gelukkigst is hij die het minste lijdt, het ellendigst hij die het minst geniet.
  • De mens wordt vrij geboren, maar is overal geketend.
  • Ik haat boeken: ze leren ons alleen maar over zaken te praten waar we niets van af weten.
  • De mens is van nature goed, maar ach, wat is natuur nog in dit land?

 

 

  1. Denis Diderot

Diderot was een losbollige denker die twee keer vast is komen te zitten. Eerst laten zijn ouders hem opsluiten om aldus zijn voorgenomen huwelijk te belemmeren, later is het de staatscensuur die hem in het cachot gooit, waar hij af en toe bezoek krijgt van Jean-Jacques Rousseau. Als denker, schrijver, initiatiefnemer en belangrijkste schrijver van de Encyclopédie (17 delen), strijder voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst had hij het vaak met de autoriteiten aan de stok.

Als schrijver van experimentele romans en als toneeltheoreticus zette hij zijn medemens hard aan het denken. Hij wijdde een boekje aan ons land toen hij dat op weg naar Sint Petersburg bezocht. Daar moest hij heen omdat hij tsarina Catherina de Grote zijn bibliotheek had verkocht, uit geldnood. Dat krijg je ervan als je dingen bedenkt en beweert die de heersende krachten onwelgevallig zijn.

Zijn encyclopedie werd op koninklijk bevel verboden en door de paus op de Index gezet. Een hele eer, wellicht vergelijkbaar met de Nobelprijs, maar we hebben dan ook te maken een van de grootste filosofen van de Verlichting.

 

Citaten van Diderot:

  • Het is maar één stap van fanatisme naar barbarij.
  • De liefde berooft sommigen van hun verstand en geeft het aan hen die dat missen.
  • Il y a un peu de testicule au fond de nos sentiments les plus sublimes et de notre tendresse la plus épurée. (Op dringend verzoek van de censuur niet vertaald)
  • Mocht er in de toekomst een zekere Sigmund Freud opduiken, zeg hem maar dat hij gelijk heeft.17

 

 

17.  Voltaire

Het zal zo langzaamaan wel duidelijk zijn geworden, dat doordenkers niet bepaald lamlendige kamergeleerden waren. Neem nou Voltaire. Hij zat elf maanden gevangen in de Bastille, werd verbannen, verbleef aan het hof van de Duitse keizer en maakte zich daar onmogelijk, ontving alle grote geesten van zijn tijd, was een van de eerste voorvechters voor de mensenrechten (maar schreef laatdunkend over Joden en negers), stierf aan een overdosis opium en werd evenals Rousseau in het Panthéon bijgezet. Ook hij wordt beschouwd als de peetvader van de Franse revolutie en ook zijn bibliotheek werd – na zijn dood – opgekocht door Catharina de Grote.

 Hij schreef romans, toneelstukken, essays, filosofische werken en minstens één brief in het Nederlands. Hij woonde namelijk enkele jaren in ons land en rekende Willem Jacob ‘s-Gravezande en Herman Boerhaave tot zijn leermeesters.

 

Citaten van Voltaire:

  • Ongeacht wat je doet, verpletter het verachtelijke, en houd van degenen die van jou houden.
  • De vrijheid bestaat uit het louter afhankelijk zijn van wetten
  • Het is gevaarlijk om gelijk te hebben als de machthebbers dat niet hebben.
  • Als God niet zou bestaan, zou men hem moeten uitvinden.
  • Het betere is de vijand van het goede.
  • Wij zijn geboren met een hart dat dorst naar hartstochten, waaraan wij moeten voldoen zonder ons door die verlangens te laten beheersen. Een van de grootste zegeningen die wij de mensheid kunnen brengen is bijgeloof en fanatisme uitroeien en de machthebbers beletten degenen te vervolgen die anders denken.
  • Een bon mot bewijst niets.

 

  1. Immanuel Kant

 Eindelijk hebben we toch een echte kamergeleerde te pakken. Immanuel Kant verliet nooit zijn geliefde Koningsbergen, maakte elke dag daar dezelfde wandeling en had genoeg aan zijn studeerkamer en zijn eigen bovenkamer. In de strijd tussen rationalisten en empiristen probeerde hij de partijen te verzoenen: er kan geen kennis bestaan zonder bijdrage van de zintuigen, maar zintuiglijke waarnemingen zonder kennis vertellen ons niets. Wat de godsbewijzen betreft, die zijn gedoemd te mislukken, aangezien hogere waarheden het menselijk kenvermogen te boven gaan. Maar als mensen geloof in God nodig denken te hebben om goed en gelukkig te leven, dan is wat meneer Kant betreft dat verder wel in orde. Zelf was hij theïst. Hij geloofde dat God bestaat, maar liever niets meer zijn schepping te maken wil hebben. Voor de theïst zijn wij van God los en God van ons.

Kant tekende al zijn overdenksels op in dikke boeken met geleerde titels als Kritik der reinen Vernunft in een Duits voor zeer vergevorderden, één van de twee redenen waarom die taal bij ons niet zo populair is.

 

Citaten van Immanuel Kant:

  • Gedachten zonder inhoud zijn leeg, aanschouwingen zonder begrip zijn blind.
  • Durf te denken!
  • De mens is een ziekte op de huid van de aarde.
  • Geloof niet wat de politici zeggen, maar geloof evenmin dat zij het zonder reden zeggen.
  • Gedraag je zoals je zou willen dat eenieder zich gedroeg.

 

  1. Friedrich Hegel

 

Hegel is voor ons de man van de these, de antithese en de synthese. Uit de tegenstelling tussen twee dingen of begrippen ontstaat iets nieuws dat op zijn beurt onderdeel is van een tegenstelling die op haar beurt etc. Leven en dood zijn elkaars tegengestelden en uit een gevecht op leven en dood kan iets nieuws voortvloeien, hoewel ik niet zo gauw zou weten wat precies. Maar uit mijn pingpong-pogingen tussen begrip en onbegrip ontstaat het leren. Om een gave omelet te maken moet je eerst een heel ei breken. De zwakken steunen op de sterken maar de sterken steunen op de zwakte van de zwakken. Wees verstandig en doe soms even gek, of om met de woorden van de Deense dichter Piet Hein te spreken:

 

            Ware wijsheid dient men met           

            wat dwaasheid op te vullen

            om de ware aard ervan

            aan dwazen te onthullen.

 

Hegel was dus duidelijk optimist. Hij geloofde in de vooruitgang. Zelfs passen naar achteren zijn soms noodzakelijk om het doel te bereiken. Dat heet ‘aanloop’.

 

Citaten van Hegel:

  • Pas als je je eigen beperkingen kent, kun je ze overwinnen.
  • De mens leert uit de geschiedenis dat de mens niets leert uit de geschiedenis.
  • Elk nadeel heb z’n voordeel.
  • Sommige Nederlandse voetballers hebben enig filosofisch inzicht, maar blinken niet bepaald uit in taalvaardigheid (om over hun spel maar te zwijgen).

 

 

  1. Arthur Schopenhauer

 Zoals zo veel filosofieën valt die van Schopenhauer niet op één velletje samen te vatten. Daarom beperken we ons tot zijn dwarsdenken. Schopenhauer moest niets hebben van zijn voorgangers. Behalve Plato en Kant waren het in zijn ogen ‘windbuilen’, Hegel voorop. Overigens had hij ook van de mensheid geen hoge dunk. Als zijn hond ongehoorzaam was geweest, schold Schopenhauer hem uit voor ‘mens’.

 Waarom iemand als hij filosofie wilde studeren? ‘Het leven is een hachelijke onderneming; ik heb besloten het door te brengen met erover na te denken’.

Een groter pessimist valt moeilijk voor te stellen. De drijvende kracht in de wereld is de wil, de drang om te bestaan, die tevens de bron van alle ellende is. Er is slechts troost te vinden in het ontkennen van de wil en in sommige muziek. Dat meneer ook van lekker eten en drinken hield, was kennelijk bijzaak.

 Schopenhauer heeft veel gepubliceerd. Een van zijn laatste werken heet Parerga und Paralipomena, (Kliekjes en restjes, vrij vertaald). Het staat vol citaten en diepzinnige kwinkslagen.

 

Citaten van Schopenhauer:

  • Bij veel mensen ziet men dat het kijken gewoon de plaats van het denken heeft ingenomen. (En dit zei hij lang voor het televisietijdperk)
  • Dat de godsdienst een slecht geweten heeft, blijkt uit het feit dat er zware straffen worden gegeven aan wie ermee spot. (En dit zei hij lang voor de opkomst van het fundamentalisme)
  • De grootste dwaasheid is het opofferen van uw gezondheid voor welk ander geluk ook.
  • Het leven is een hel. Toch moet je niet jezelf, maar slingers ophangen.

 

 

  1. Sören Kierkegaard

Hij zette zich zo fel af tegen Hegel dat hij zich beschouwde als anti-filosoof. Maar zoals volgens Hegel tegenstellingen in elkaar opgaan, zo bleef ook Kierkegaard onder invloed van zijn vermaledijde tegenstander.

 Zijn voornaamste werk, Afslutttende uvidenskabelig efterskrift, (Afsluitend onwetenschappelijk naschrift), maakt onderscheid tussen het objectieve en het subjectieve denken. Het eerste betreft feiten waarvan de waarheid gemakkelijk te bepalen is. Het subjectieve denken kent dat gemak niet, maar is voor ons bestaan veel belangrijker, aangezien het om waarden gaat in ons bestaan. Volgens Kierkegaard houdt de mens zich te veel bezig met triviale, dagelijkse aangelegenheden als zijn uiterlijk, zijn koopkracht, zijn i-Pod/Phone en zijn parkeerplekje; allemaal zaken zonder diepgang. ]

 Ook filosofische theorieën waren voor hem niet zo belangrijk. Het was Kierkegaard meer te doen om de mens, zijn bestaan en de keuzes die hij daarin maakt.

Kierkegaard was de eerste echte existentialist.

 

Citaten van Kierkegaard:

  • Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts worden geleefd.
  • Het talent verwekt sensatie, het genie roept tegenstand op.
  • De Goden verveelden zich, en dus schiepen ze de mens...
  • Het ergste moet nog komen.
  • Waar blijft het nou? Dit is te gek om los te lopen.

 

  1. Friedrich Nietzsche

Met zijn immense, martiale snor zag hij er dreigend uit. Ook zijn filosofie is soms angstwekkend en strijdlustig. Nietzsche wenste zijn vrienden graag onheil en ellende toe, want daar word je alleen maar krachtiger van. ‘Wat me niet doodt, maakt me sterker.’ Hij moest daarom ook niets hebben van de christelijke nederigheid en naastenliefde. Die noemde hij een slavenmoraal. ‘Wat is schadelijker dan alle ondeugden? Het daadwerkelijke medelijden met alle mislukkelingen en zwakkelingen: het Christendom, schreef hij in zijn boek De Antichrist. God was trouwens dood, wist hij.

Bij het lezen van Nietzsche moet men beseffen dat er volgens hem geen waarheid bestaat, alleen maar interpretaties en dat de werkelijkheid een stroom en een chaos is. Anders gaat men, zoals zo velen hebben gedaan, hem fout of louter naar believen interpreteren. En dat is te gek om los te lopen.

 

Citaten van Nietzsche:

  • Als een boek begint te leven moet de schrijver zwijgen.
  • De wijsbegeerte is een stelselmatig misbruik van een daartoe uitgevonden terminologie.
  • Hij die met monsters vecht moet erop toezien dat hijzelf geen monster zal worden.
  • Kunst is in wezen de bevestiging, de zegening en vergoddelijking van het bestaan.
  • Overtuigingen zijn gevaarlijker vijanden der waarheid dan leugens.

 

 

  1. Bertrand Russell

 Hij was van adellijke afkomst, leefde bijna 100 jaar, kreeg de Nobelprijs voor literatuur zonder ook maar één roman geschreven te hebben, propageerde als vrijdenker de vrije liefde, was de peetvader van de Russellparadox (1) en de beroemde theepot van Russell (2), hij had sterke socialistische sympathieën maar ontmaskerde tijdens een bezoek aan Rusland Lenin als een sadistische moordenaar. Is dit niet voldoende om iemand het Diploma Doordenker toe te kennen? Hij was overtuigd pacifist, maar steunde de Britse deelname aan de Tweede Wereldoorlog als het minste van meer kwaden en daarom gerechtvaardigd.

 

1 Je hebt verzamelingen en verzamelingen van verzamelingen. Je hebt dus ook verzamelingen van verzamelingen die zichzelf niet bevatten. Of niet? Ander voorbeeld: een kapper die uitsluitend mensen scheert die zichzelf niet scheren, scheert die zichzelf nou wel of niet?

2 Ergens in de ruimte cirkelt rond een verre planeet een theepot. Dit is een onzinnige uitspraak want het tegendeel valt eenvoudigweg niet te aan te tonen (hetgeen dus niet automatisch betekent dat die uitspraak waar is). Even onzinnig in Russells ogen is ook de uitspraak: God bestaat (bewijs maar eens het tegendeel).

 

Citaten van Bertrand Russell:

  • Italië, lente en de eerste liefde volstaan om zelfs de neerslachtigste persoon gelukkig te maken.
  • De meeste mensen zouden liever doodgaan dan nadenken, en ze doen het ook.
  • Rond de planeet Willem XIV (Alpha Centauri) cirkelt een hele verzameling DeLonghi koffiemachines
  • Er bestaan vast ook theorieën die zichzelf kunnen bevatten.

 

 

  1. Ludwig Wittgenstein

De Oostenrijker Ludwig Wittgenstein leidde een veelbewogen leven. Op de lagere school moet hij een zekere A. Hitler als medeleerling ontmoet hebben. Hij maakte twee wereldoorlogen mee, de eerste als vrijwillig soldaat en de tweede als ambulancebroeder. Daartussendoor was hij wijsgeer. Zijn familie was steenrijk maar toen Wittgenstein vond dat hij klaar was met de filosofie gaf hij al zijn geld aan zijn zus en werd dorpsonderwijzer.

Wittgensteins eerste werk, de Tractatus Logico-Philosoficus, gaat over de invloed van de taal op onze kennis en onze denkbeelden. Volgens Wittgenstein kan over sommige gebieden niets zinnigs worden gezegd, terwijl het toch zinvolle zaken zijn. Met zijn tweede boek, de Filosofische onderzoekingen, had hij veel invloed op de ideeën van de Ordinary language filosophy: veel filosofische problemen zijn het gevolg van verkeerd gebruik van woorden. Overigens een hele opluchting en een troostrijke gedachte voor hen die boeken als Kritik der reiner Vernunft vergeefs hebben proberen te begrijpen.

 

Citaten van Wittgenstein:

  • Waarover men niet spreken kan, kan men beter zwijgen.
  • Taal is een deel van ons organisme en daardoor net zo ingewikkeld.
  • Het is mogelijk om een serieus en goed boek over filosofie te schrijven dat louter uit moppen bestaat*.

 

*En warempel, in 2007 verscheen het boekje Plato and a platypus walk into a bar. Understanding Philosophy Through Jokes, geschreven door Thomas Cathcart en Daniel Klein. Maar of het een goed boekje is? Serieus in ieder geval niet. Wel heel grappig en verhelderend.

 

 

  1. Jean Paul Sartre

Als er niets of niemand is om zin te geven aan je leven, is dat misschien een gemis, maar misschien ook wel een immense vrijheid. Maar als je vrij bent, ben je ook verantwoordelijk voor je eigen daden. Voeg daarbij dat je medemensen je beperken in je vrijheid, en het leven is geen pretje. Sterker nog: jouw bestaan is nergens voor nodig en volkomen absurd: probeer er toch maar iets aardigs van te maken.

Dit alles zei Jean Paul Sartre, de voorman van het Franse existentialisme. Vanwege die verantwoordelijkheid voelde hij zich zeer betrokken bij maatschappelijke vraagstukken en was hij zeer actief in de linkse hoek (dit heeft niets met boksen van doen). Vanwege zijn radicale standpunten overwogen de Franse autoriteiten om hem te arresteren, maar de oude president De Gaulle vond: ‘Voltaire arresteer je niet’. En een Voltaire was hij, met zijn vele romans en toneelstukken, die als een soort kunstzinnige verpakking dienden voor zijn filosofie.

 

Citaten van Jean Paul Sartre:

  • De mens is tot vrijheid veroordeeld; omdat hij op de wereld is geworpen, is hij verantwoordelijk voor alles wat hij doet.
  • Hoe meer men betrokken is bij het bestrijden van het kwaad, des te minder is men geneigd om het goede ervoor in de plaats te stellen.
  • Als de rijken oorlog voeren, sterven de armen.
  • Men is wat men zijn wil.
  • De hel, dat zijn de anderen.
  • Daarom is het hier zo stil in de hemel.

 

 

  1. Dick Hyacinthus

Dick Hyacinthus is de laatste en enige levende in deze reeks en een stuk minder bekend dan zijn collega’s. Of dat gaat veranderen, hangt af van een fraudeonderzoek dat gaande is naar zijn schaarse publicaties. Hyacinthus claimt alle filosofische problemen te hebben opgelost met zijn doordenken. En dat nog net op tijd voor zijn pensioen. Op alle levensvragen heeft hij een antwoord gevonden. ‘Bestaat God? Jazeker, maar hij is even in gesprek met zijn medewerkers.’ (Absentheïsme). ‘Heeft het leven zin? Nee, maar ik wel.’ (Vitalisme). ‘Kunnen wij de waarheid te weten komen? Alleen de naakte waarheid.’ (Nudisme). ‘Is de taal het beste voertuig voor filosofische denkbeelden? Nee, daar is geen letter van waar (Analfabetisme).

Al deze wijsgerige verworvenheden dankt Hyacinthus aan het gepeins en gepieker waaraan hij zich in de avonduren heeft overgegeven (Hobbyisme, ook wel genoemd Amateurisme).

 

Citaten van Dick Hyacinthus

  • Een half ei stinkt meer dan een lege dop.
  • Waar gehakt wordt, is het gehaktdag.
  • Het ultieme filosofieboek moet nog geschreven worden en zal heten: ‘Doodgaan voor dummies’.
  • Ik denk. Hoe bestaat het!
  • Dolce est desipere simulando sapere